Uitvoeringsaspecten
Uitvoerings aspecten t.b.v. het aanbrengen van S&P asfaltwapening
S&P Glasphalt G (voor volledige of lokale behandeling van het oppervlak)
S&P Carbophalt G (voor volledige behandeling van het oppervlak)
Behandeling
De glasvezel- of koolstofvezelgrids worden tijdens het productieproces licht met polymeerbitumen geïmpregneerd en op rollen met een beschermfolie geleverd. De S&P-smelt/uitrolinstallatie wordt op een bandenvoertuig gemonteerd. De grid wordt mechanisch op de kleeflaag uitgerold, nadat eerst de beschermfolie is weggesmolten. De tussenlaag is onmiddellijk berijdbaar. De asfaltoverlaging mag ook enkele dagen later worden aangebracht. In dit geval moet de snelheid van het bouwplaatsverkeer tot 50 km/h worden beperkt.
Verwerkingsinstructies:
- schoonmaken van het te behandelen wegoppervlak
vuil, zand, losliggende stenen, enz. verwijderen. - schoonmaken van de scheuren
scheuren grondig reinigen met perslucht en vervolgens alle scheuren > 4 mm in de bestaande asfalt- of betonverharding vullen. - aanbrengen van een kleeflaag
over het volledige te behandelen wegoppervlak door middel van een bitumineuze hechtemulsie* (300 tot 400 g/m2). - aanbrengen van de asfaltwapening
tijdens het mechanisch uitrollen van de grid op de kleeflaag smelt de beschermfolie weg; opeenvolgende stroken moeten elkaar over ten minste 5 tot 10 cm overlappen. - aanbrengen van de bovenste deklaag
S&P Glasphalt G: minimale laagdikte = 4 tot 5 cm
S&P Carbophalt G: minimale laagdikte = 2 cm (theoretisch) S&P adviseert minimaal 3 cm
S&P Glasphalt GV (voor volledige behandeling van het oppervlak)
S&P Carbophalt GV(G = licht gebitumineerde grid) (GV = grid op vlies)
Volledige behandeling
De composiet wordt mechanisch op de kleeflaag uitgerold. De grid is beschikbaar in een glasvezel- of koolstofvezeluitvoering. Het vlies bestaat uit polypropyleenvezels (20 g/m2).
Verwerkingsinstructies:
- schoonmaken van het te behandelen wegoppervlak
vuil, zand, losliggende stenen, enz. verwijderen. - schoonmaken van de scheuren
scheuren grondig reinigen met perslucht en vervolgens alle scheuren > 4 mm in de bestaande asfalt- of betonverharding vullen. - aanbrengen van een kleeflaag
over het volledige te behandelen wegoppervlak door middel van een bitumineuze hechtemulsie* (400 tot 500 g/m2). - aanbrengen van de asfaltwapening
tijdens het mechanisch uitrollen van de grid op de kleeflaag smelt de vlies weg; opeenvolgende stroken moeten elkaar over ten minste 5 tot 10 cm overlappen. - aanbrengen van de bovenste deklaag
S&P Glasphalt GV: minimale laagdikte = 4 tot 5 cm
S&P Carbophalt GV: minimale laagdikte = 2 cm (theoretisch) S&P adviseert minimaal 3 cm
S&P Glasphalt bit (voor lokale behandeling van het oppervlak)
Lokale behandeling
De volledig geïmpregneerde composiet wordt met een lichte wals op de emulsielaag gekleefd, nadat eerst de beschermfolie werd verwijderd. De tussenlaag is onmiddellijk berijdbaar. De asfaltoverlaging mag ook enkele dagen later worden aangebracht.
Verwerkingsinstructies:
- schoonmaken van het te behandelen wegoppervlak
vuil, zand, losliggende stenen, enz. verwijderen. - schoonmaken van de scheuren
scheuren grondig reinigen met perslucht en vervolgens alle scheuren > 4 mm in de bestaande asfalt- of betonverharding vullen. - aanbrengen van een lokale kleeflaag
over het te behandelen deel van het wegoppervlak door middel van een bitumineuze hechtemulsie* (300 tot 400 g/m2). - aanbrengen van de asfaltwapening
tijdens het aanbrengen smelt de beschermfolie door onrechtstreekse warmtereflectie weg; opeenvolgende stroken mogen elkaar niet overlappen, wapening met wals aandrukken. - aanbrengen van de bovenste deklaag
met een minimale dikte van 4 tot 5 cm.
* Hechtemulsie = S&P Haftemulsion G, Typ CR 60





























